• darkblurbg

26-10-2014: De preek van de dertigste zondag door het jaar 2014
Ik hoop dat geen enkele Christen eraan twijfelt dat de liefde tot God het eerste gebod is; elke goede mens zal ook aannemen dat men de medemens moet liefhebben. Maar welk gebod van de twee is nu het voornaamste? God beminnen of de naaste beminnen? Jezus kan de dingen die schijnbaar tegengesteld zijn en in de praktijk moeilijk op te lossen zijn, heel gemakkelijk duidelijk maken. Jezus laat zijn licht op de dingen schijnen en alles wordt helder. De Heer Jezus geeft een meesterlijk eenvoudig antwoord, door het tweede gebod gelijkwaardig te maken aan het eerste gebod. Deze twee geboden stonden ook in de Bijbel – wat wij noemen het Oude Testament – maar ze stonden apart, in een ander gedeelte, op een andere bladzijde kun je zeggen. Het gebod “God beminnen (met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand)” staat in het boek Deuteronomium (hoofdstuk 6, vers 5 om precies te zijn). Het gebod van de naaste te beminnen staat maar één keer in het Oude Testament en dan nog op een redelijk onbekende plaats in het boek Levitucus (19, vers 18). Maar dit gebod koppelt Jezus magistraal en onverbrekelijk met de liefde tot God, zodat deze niet meer te scheiden zijn. 

De volgelingen van IS (Islamitische Staat) zetten god/allah op de eerste plaats – op zich niet slecht – maar ze behandelen hun naasten niet lief. Sterker nog, ze zijn in staat om vrouwen, kinderen, ouderen gewoon te vermoorden of te behandelen als vee. Voor Jezus Christus is de liefde tot God on-los-ma-kend gekoppeld aan de liefde tot de naaste! Hij zegt ook nog: “Bemin uw naaste zoals je zelf bemind wilt worden” Of – ongeveer hetzelfde – behandel uw naaste zoals je zelf behandeld wilt worden. Beste mensen, Als je een openbaar gebouw binnengaat, zijn daar zo van die vleugeldeuren (denk maar aan de Emmapassage). Vleugeldeuren die samen open, of samen dicht gaan, maar altijd samen. Zo, zegt Jezus Christus de Zoon van God, zo is het ook met het gebod van de liefde tot God en de liefde tot de naaste, die twee komen samen in beweging, als vleugels, zo ‘vlieg’ je naar de Hemel. Als je tekort schiet in de liefde tot de naaste, schiet je ook tekort in de liefde tot God; als je je naaste kwetst, kwets je God; als je je naaste voorbijloopt, loop je God voorbij; als je je naaste kúnt helpen en je doet het niet, dan help je God niet. Kortom, de rechten van de mens en de rechten van God zijn niet te scheiden, zozeer is de Schepper God één geworden met zijn schepsel, de mens. In theorie zal ieder Christen de gelijkwaardigheid van deze twee geboden aannemen, tenminste, dat hoop ik. Maar in de praktijk neigen we ertoe ze te scheiden. Bij anderen zien we vaak dat ze tekort schieten in liefde tot God of liefde tot de naaste. We kunnen er ons aan ergeren. Maar bij onszelf zien we die kloof niet zo vlug; we praten wel eens negatief over mensen, en als we er niet over praten denken we het wel eens. Johannes zou zeggen: “Hoe kun je zeggen dat je God liefhebt als je je broeder haat? Dan ben je een leugenaar. Want als je je broeder, die je ziet, niet liefhebt, hoe kun je dan God liefhebben, die je nooit gezien hebt?” Aan de andere kant zijn er mensen die zich geweldig kunnen inzetten voor recht en gerechtigheid in deze wereld, mensen die de met ebola-besmette mensen willen helpen, maar die niets met God willen te maken hebben; mensen die van zichzelf zeggen dat ze atheïst zijn. Als ze werkelijk de naaste liefhebben en onbaatzuchtig willen helpen… ja dan moeten we de lijn doortrekken… dan helpen ze God. Als atheïsten echt hun medemens liefhebben… als we de lijn doortrekken, dan hebben ze God lief, ook als ze zelf niet weten dat God leeft in ieder mens. Want zo is het: de Schepper-God leeft in het schepsel-mens, in meer of mindere mate denk ik soms, maar God lééft in de mens. Bij het Laatste Oordeel, op het einde van de tijden, zegt Jezus, zullen er mensen zijn die Hem verwonderd vragen: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig of gevangen gezien?” Jezus zal dan antwoorden: “Al wat je gedaan hebt voor één van de geringsten van Mijn broeders, dat heb je aan MIJ gedaan. Kom binnen in het Rijk der Hemelen”. Wauw! God zij dank! We hebben dus echt een Barmhartige God. 

Natuurlijk mogen wij ons de vraag stellen: als ongelovige mensen andere mensen onbaatzuchtig helpen zonder liefde tot God… houdt dat stand? Zal het dan niet snel vervallen tot eigenliefde? Als de naastenliefde niet gevoed wordt met liefde tot God, verwatert de liefde dan niet tot ontgoocheling? Laten wij bidden tot God, dat Hij onze liefde niet laat verwateren, dat we niet egoïstisch worden, dat onze liefde blijft uitgaan naar de naasten wat er ook gebeurt. Nemen we een voorbeeld aan de vele vervolgde Christenen in de Islamitische Landen, ze proberen de vrede te bewaren, ze proberen hun moslim-naasten lief te hebben. Laten wij bidden, maar ook God ontmoeten door de liefde tot je medemens, liefde voor je man of vrouw, liefde voor je kinderen of buren, dichtbij en veraf. Trouwens, de wereld is een dorp geworden. En laten we onze liefde voeden door de liefde tot Gods Zoon Jezus Christus door Hem te ontmoeten in de Eucharistie, in de Communie waar Hij zichzelf aan ons geeft, uit liefde. De Verrezen Heer zorgt ervoor dat onze liefde vurig blijft.

Amen.