• darkblurbg

28-03-2013: De preek van Witte Donderdag 2013
Vandaag, Witte Donderdag, vieren we in deze plechtige viering dat Jezus de Eucharistie en het priesterschap en het gebod van de naastenliefde heeft ingesteld. Er wordt vandaag in deze plechtige viering zoveel herdacht dat het moeilijk is om alles uitvoerig te overwegen. Daarom zou ik een verhaal willen vertellen. Het zegt iets over wat we vandaag vieren.

Het gaat over een man die naar zijn werk rijdt. Op de radio hoort hij dat er in een dorpje in India vier mensen gestorven zijn aan een vreemde ziekte. Hij denkt er niet lang over na, maar vier dagen later hoort hij dat er 40.000 mensen gestorven zijn aan die vreemde ziekte. ’s Anderendaags staat in de krant dat wetenschappers van over heel de wereld het onderzoeken. Weer vier dagen later meldt de pers dat over heel India en in de regio mensen sterven. De president van Frankrijk besluit de grens te sluiten, andere landen volgen zijn voorbeeld. Een paar dagen later kopt de krant: “Vrouw in Parijs gestorven. Vreemde ziekte in Europa”. De mensen sluiten zich op in hun huizen, het openbaar leven valt stil, ze luisteren naar radio en tv. Wetenschappers zoeken naar een middel om de ziekte te bestrijden. De ziekte grijpt om zich heen. Plots is er een ontdekking, een antivirus, maar… men heeft nog een onbesmet iemand nodig. Mensen worden uitgenodigd naar het ziekenhuis te gaan om zich te laten onderzoeken. Duizenden gaan, lange rijen. Plots wordt één naam afgeroepen. Een vader staat met zijn zoontje in de rij: “Papa, dat is mijn naam”. Ze gaan naar de ingang en worden meteen meegenomen. Iedereen is blij: “We hebben een onbesmet iemand!” De dokter zegt: “We hebben bloed van uw zoontje nodig”. “Oké” zegt de vader. “Papa, wat gebeurt er met mij?” “’t Komt wel goed jongen” zegt de vader. De dokter vraagt aan de vader mee te gaan naar zijn bureau en daar ligt een papier om te ondertekenen, want de zoon is minderjarig. Daarna mogen ze zijn bloed afnemen. Vader bekijkt het papier en merkt op dat bij ‘aantal buisjes bloed’ geen aantal is ingevuld. De vader vraagt uitleg, de dokter zegt: “We hebben alles nodig, de hele mensheid is in gevaar. Teken a.u.b. Er sterven mensen”. De vader wordt bleek, denkt na en… tekent. Na een emotievol afscheid vraagt het zoontje: “Papa, wat gaan ze doen?” De vader drukt zijn zoontje liefdevol tegen zijn borst, als laatste afscheid… Een week later zijn alle mensen genezen. Er wordt een plechtige viering gehouden voor het zoontje van de vader. Velen gaan liever picknicken of sporten of genieten van het goede weer of ze hebben honderd-en-een reden om iets anders te doen. De onverschilligheid is groot. Het hele gebeuren wordt een voetnoot in de geschiedenis. Tot zover het verhaal.

Beste mensen, Ik hoop dat het duidelijk is hé. De vader in het verhaal is God de Vader; de zoon in het verhaal is Gods Zoon Jezus Christus; de vreemde ziekte is iets waar wij allemaal mee behept zijn, “at the end we all die”, we zullen allen sterven; de plechtige viering is de Eucharistie. Op het Kruis geeft Jezus Zijn leven voor de redding van de wereld. In de Eucharistie vieren we Zijn aanwezigheid: “Blijft dit doen” zegt de Heer. Elke dag, elke week kunnen wij de Heer in de Eucharistie ontmoeten. Ja, velen blijven onverschillig voor wat hier gebeurt, maar laten wij dan toch dankbaar zijn voor de Eucharistieviering, voor het leven dat God ons hier geeft. Wij, Christenen, geloven dat alleen Jezus de juiste remedie heeft voor deze wereld. Hij is het antivirus. Via de Eucharistie komt de Levende Heer bij ons; Hij is de remedie tegen de moderne ziektes van deze tijd: hoogmoed, hebzucht, lust, jaloezie, gulzigheid, boosheid en luiheid. De Heer geeft zichzelf als voedsel in de Eucharistie voor onze redding en om van het leven iets moois te maken. 

Kijken we even naar één zin uit het Evangelie van vandaag, waar Jezus zegt: “Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik (…) Als gij u niet door Mij laat wassen kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.” Natuurlijk bedoelt Jezus hier met ‘wassen’, iets anders dan uiterlijk ‘wassen’. ‘Wassen’ in de zin zoals Jezus bedoelt, is innerlijk één worden met Hem en Hem kennen. God kennen, Jezus Christus kennen, dat betekent Hem liefhebben, één worden met Hem door de liefde. Ons leven wordt dankzij de Heer echt, vol, liefdevol, omdat wij Hem laten doen in ons leven. De Heer ‘wast’ ons, beter: maakt ons nieuw, we worden Zijn vrienden. Daarom, laten wij ons hart voor Hem openen. Laten we van de Leraar en Heer de rechte weg leren, laten we Zijn getuigen worden. Dan worden wij mensen die onze naasten liefhebben, dan wassen we de voeten van onze naasten en handelen we op de juiste manier. Dan blijven we niet onverschillig, maar leven we echt.

Amen.