• darkblurbg

26-12-2012: De preek van Tweede Kerstdag 2012
Op tweede kerstdag legt de Kerk al meteen haar witte feestgewaad af en bekleedt zich met de kleur van rood, de kleur van bloed en van liefde. Stefanus volgt als eerste martelaar de Heer Jezus in zijn dood. Waar blijft nu het jubelend Gloria van de Engelen uit de Hemel? Waar blijft het stille geluk van de herders in de Heilige Nacht? Waar is nu de vrede op aarde? Ja, vrede op aarde voor hen die van goede wil zijn! Maar blijkbaar zijn niet alle mensen van goede wil. Omdat het mysterie van het kwaad de wereld in duisternis had gehuld, moest de Zoon van de Eeuwige God uit de Hemelse heerlijkheid neerdalen. Duisternis bedekte de aarde, Jezus kwam als een Licht in deze wereld, maar de duisternis heeft Hem niet aanvaard. Aan de mensen die Hem wel aannamen bracht de Heer Jezus Licht en Vrede: vrede met God de Vader in de Hemel, vrede met allen die, evenals zij, kinderen van het Licht en van de Hemelse Vader zijn. Hij geeft diepe zielsvrede, maar geen vrede met de kinderen van de duisternis. Voor de kinderen van de duisternis is Jezus de steen des aanstoots, waar ze tegenaan stormen, en… Die hen verbrijzelt. Het Kindje in de kribbe, het geheim van de Menswording van God en het geheim van het kwaad staan in nauw verband met elkaar. Tegen Jezus, het Licht dat uit de Hemel neerdaalde, steekt de duisternis van de zonde scherp af.

Het Kindje in de kribbe steekt zijn handjes uit en glimlacht, het schijnt nu al te zeggen: “Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt”. Degenen die Zijn stem horen: eenvoudige herders, de koningen uit het Oosten, zij mogen zich in Zijn nabijheid verheugen. “Volg Mij!” lijkt Jezus vanuit de kribbe nu al te zeggen. Later zal Hij het zeggen met zijn mond. Waarheen moeten we Hem volgen? Johannes verliet het bootje van zijn vader en volgde de Heer op al zijn wegen, tot op Golgotha, tot onder het Kruis. “Volg Mij!” hoorde ook de jonge Stefanus. Stefanus volgde de Heer in de strijd tegen de machten van de duisternis en het ongeloof. Hij legde door zijn woorden en bloed getuigenis af van de Verrezen Heer. Stefanus volgde Jezus die de zonde bestrijdt, maar zondaars liefheeft, en zelfs in het uur van zijn dood voor moordenaars opkomt: “Vader, vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen – Heer, reken hun deze zonde niet aan.”

Broeders en zusters, Degenen die rond het kribje ‘knielen’ zijn kinderen van het Licht: knielende, dus biddende, eenvoudige mensen, onschuldigen, goede mensen, trouwe herders, nederige koningen, een in liefde ontvlamde Stefanus. Zij hebben de Stem van de Heer gevolgd. Daartegenover staat verstoktheid en verblinding: Schriftgeleerden die inlichtingen geven over tijd en plaats waar de Messias, de Verlosser van de wereld, geboren zou worden, zodat koning Herodes de Heer kan doden. In plaats van dat ze “de Hemel open zien en de Mensenzoon kunnen zien” en aanbidden, willen ze Hem doden die de Heer is van het leven. Bij het Kindje in de kribbe worden de geesten verdeeld. Nemen wij de Koning van de koningen aan, de Heer over leven en dood? Volg Mij!”, zegt Hij, wie niet mét Hem is, is tégen Hem. Ook tot ons zegt Hij dit en Hij stelt ons voor de beslissende keuze tussen licht en duisternis. Waarheen brengt Hij ons? We weten alleen dat Hij alles ten goede leidt voor hen, die Hem liefhebben. Verder weten we dat de wegen waarlangs de Heer ons leidt, ver boven de aarde uitstijgen. Want door een fantastische ruil krijgen wij deel aan Zijn Godheid. Door een lichaam aan te nemen, maakt de Schepper van de mensen ons deelachtig aan Zijn Godheid. Voor dit fantastische gebeuren is de Verlosser op aarde gekomen. God werd een mensenkind, zodat mensen godskinderen zouden worden. Als wij onze handen in de handjes van het Goddelijk Kind Jezus leggen en op zijn “Volg Mij!, “Ja!” zeggen, dan behoren wij Hem toe. Dan is de weg vrij waardoor het Goddelijk leven bij ons kan binnenstromen. Dan begint het eeuwig leven in ons. Neen, het leven is niet altijd even gemakkelijk en we zien de Heer nog niet in Zijn Eeuwige Glorie, we leven nog ‘in deze duistere wereld’. We hebben het licht nodig van het geloof, maar we zijn niet meer ‘van deze wereld’, we zijn opgenomen in het Rijk Gods. En, zoals we hoorden in het Evangelie, “Wie ten einde toe volhardt, die zal gered worden.”

Amen.