Petrus & Paulus - encyclopedie K-Z

Petrus en Paulus encyclopedie

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J > K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z <

 

Jezus van Nazareth is begonnen met een nieuwe beweging binnen de joodse godsdienst: Jezus had joodse ouders en was joods opgevoed. De volgelingen van Jezus hebben zijn ‘nieuwe’ leer verspreid in het hele Romeinse Rijk van die tijd, eerst onder joden, later ook onder niet-joden, zoals de Grieken en Romeinen. Later werd het christendom een nieuwe godsdienst. De belangrijkste talen die toen in de wereld werden gesproken waren het Grieks en Latijn. Veel woorden, vooral in de Rooms-katholieke Kerk, hebben daarom een Griekse of Latijnse (Romeinse =Rooms) achtergrond. Ook de Bijbel, die voor een groot deel was geschreven in het Hebreeuws en Aramees, werd later in het Grieks en Latijn vertaald. Veel dingen van deze ‘nieuwe godsdienst’ werden overgenomen van wat mensen in die tijd gewend waren. Behalve ideeën over leidinggeven in de organisatie of over de inrichting van gebouwen, horen daar ook gebruiken zoals kleding en gebruiksvoorwerpen bij. Deze encyclopedie legt belangrijke woorden en gebruiken in de kerk uit: wat is het, waar komt het vandaan, waarom en hoe ze worden gebruikt, en ook wanneer. Veel woorden krijgen pas betekenis als ze met andere woorden in verband gebracht worden. Daarom zijn veel woorden onderstreept, waarmee naar andere woorden wordt verwezen. Kortom het gaat in deze encyclopedie om de hele context waarin ze worden gebruikt. Woorden en gebruiken in de kerk krijgen pas betekenis als ze gebruikt worden in de kerk zelf. Daarom staat er regelmatig (zie afbeelding) in de tekst genoemd. Door daarop te klikken zien we de voorwerpen uit onze kerk.
• Vormelingen en hun ouders kunnen bijvoorbeeld opzoeken wat een deken is, die hen het sacrament van het vormsel komt toedienen.
• Communicanten en hun ouders kunnen een digitale rondleiding door de kerk maken en alle dingen van dichtbij bekijken.






Terug - K - naar I n d e x


Kardinaal
Kathedraal
Kazuifel
Kelk
Kerk
Kerkelijk jaar
Kerstmis
Kersttijd
 

Kinderwoorddienst
Klok
Klooster
Koor
Koster
Kruisteken
Kruisverheffing
Kruisweg



TerugKardinaal
Kardinaal is de titel die de paus aan maximaal 120 bisschoppen kan verlenen en die daarmee de belangrijkste hoogwaardigheidsbekleders na de paus zijn. Kardinalen helpen en adviseren de paus bij het bestuur van de Kerk. Zij staan aan het hoofd van een kerkprovincie of aan het hoofd van een ministerie (in de kerk dicasterie of congregatie genoemd). Tot aan hun tachtigste jaar mogen zij na de dood of het aftreden van een paus in een conclaaf een nieuwe paus kiezen. Kardinalen dragen rode kleding als teken van hun bereidheid hun bloed voor de kerk te vergieten. Nederland heeft twee kardinalen: kardinaal Adrianus (Ad) Simonis (82 jaar) en Willem (Wim) Eijk.

TerugKathedraal
De Kathedraal (van het Latijnse woord cathedralis) is de hoofdkerk van een bisdom. Het is de kerk waar de bisschopszetel (in het Latijn cathedra) staat. De kathedraal van 'het bisdom van ’s-Hertogenbosch’ staat in de stad ’s-Hertogenbosch.

TerugKazuifel
Kazuifel (zie afbeelding) komt van het Latijnse ‘casula’, dat ‘huisje’ betekent. Het is het mouwloze bovenkleed van de priester tijdens de eucharistieviering. Hij draagt deze over de albe. In de loop van de tijd heeft dit kleed verschillende vormen gehad. In het begin bestond hij uit een volmaakte cirkel van stof met een halsopening in het midden, later werd hij steeds smaller en stijver, het model van de klok. Heel bekend was de zgn. vioolkist of het “Romeinse model”, die stijf stond van het borduurwerk. De kleur van de kazuifel wordt bepaald aan de hand van de kalender van het kerkelijk jaar.

TerugKelk
De kelk (zie afbeelding) is de beker die gebruikt wordt bij de viering van de eucharistie. Samen met de pateen (zie afbeelding) hoort deze bij het heilig vaatwerk (zie afbeelding) dat in de kerk wordt gebruikt. Bij het Laatste Avondmaal gebruikte Jezus de bekers die op tafel stonden, waarschijnlijk van gewoon aardewerk. Later kwamen er houten en glazen kelken. In de loop der eeuwen is men deze mooi gaan versieren en van kostbaarder materiaal gaan maken. Het binnenwerk van kelk is van goud.

TerugKerk
Het woord ‘Kerk’ (‘Kirche’ in het Duits) komt uit het Grieks. Het woord ‘Kyrios’ betekent ‘Heer’. ‘Kyriakè’ betekent letterlijk: toebehorend aan de Heer.

TerugKerkelijk jaar
Het kerkelijk jaar wordt gevormd door alle kerkelijke feest- en gedenkdagen bij elkaar in een vaste volgorde. Dit jaar is te beschouwen als een soort eigen tijdrekening, waarin de Kerk de gebeurtenissen uit het leven van Jezus naar voren haalt. Het kerkelijk jaar begint met de eerste zondag van de Advent en eindigt met de laatste zondag door het jaar(Christus Koning).

TerugKerstmis
Kerstmis is het hoogfeest waarop we de geboorte van Jezus Christus vieren. Het woord komt van het Middelnederlandse Kerstesmisse. Het hoogfeest van Kerstmis wordt elk jaar op een vaste dag gevierd: 25 december.

TerugKersttijd
De kersttijd is de tijd die duurt van de eerste zondag van de advent tot en met de zondag na het hoogfeest van de Openbaring des Heren (Driekoningen): het feest van de doop van de Heer.

TerugKinderwoorddienst
Een kinderwoorddienst is een viering van het Woord speciaal voor kinderen. Deze viering is parallel aan de Dienst van het Woord tijdens de eucharistie. Na het welkom en de inleiding worden kinderen uitgenodigd naar een andere ruimte te gaan waar het Schriftwoord van de betreffende zondag aan hen wordt verteld en toegelicht. Daarna wordt erover gepraat, gezongen, gebeden, getekend of een andere creatieve verwerking gemaakt. Daarna gaan de kinderen weer terug naar de viering.

TerugKlok
Om de hoek van de sacramentskapel hangt een klok (zie afbeelding), die geschonken werd bij gelegenheid van het veertig jarig bestaan van de parochie (1995). Deze luidt het begin en einde van een viering in en uit. Op de klok staan de letters IN FIDE FIDES, dat ‘geloof door vertrouwen’ betekent.

TerugKlooster
Een klooster (van het Latijnse claustrum = afgesloten ruimte) is een of meer gebouwen waarin een groep of gemeenschap van mannen of vrouwen wonen, die hun leven aan God wijden.

 

TerugKoor
Een koor bestaat uit een vaste groep van minstens twaalf leden (m/v) die meestal meerstemmig zingen.


TerugKoster
De naam ‘koster’ komt van het Latijnse ‘custos’ dat bewaker betekent. Het is een belangrijke functie in en om het kerkgebouw. In de middeleeuwen en de vroege Kerk waren kosters vaak priesters of geestelijken met een lagere wijding. In veel kerken van Rome is de koster zelfs een kardinaal, de ‘sacrista’. Tot hetTweede Vaticaans Concilie was de eerste van de lagere wijdingen die tot ‘koster’. Daarna volgden de wijdingen tot lector (=lezer) en acoliet (= misdienaar). Deze beide laatste functies zijn er nog steeds. Ze heten nu ‘aanstellingen’. Voordat iemand de diakenwijding ontvangt is hij tot lector en acoliet aangesteld.

TerugKruisteken
Het kruisteken is het belangrijkste herkenningsteken van christenen onder elkaar. Zegenen gebeurt vaak door over iemand of iets het tekengebaar te maken in de vorm van het kruis. Door het maken van een kruisteken zegent een gelovige zichzelf, terwijl hij zegt: "In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest".

TerugKruisverheffing
Het feest van de kruisverheffing is de dag waarop de kruisvinding wordt herdacht. Het wordt gevierd op 14 september. Vroeger werd het kruis omhoog geheven om aan het volk te laten zien. Daar komt de naam ‘Kruisverheffing’ vandaan. Ditzelfde gebeurt ook in de liturgie van Goede Vrijdag. Het is één van de weinige feesten die in de oosterse en westerse kerken op dezelfde dag wordt gevierd. In de oosterse kerken hoort dit feest tot de 12 grootste feestdagen.
Het feest van de kruisverheffing wordt gevierd na de wijdingsdag van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem (13 september) en vóór de gedachtenis van ‘Onze Lieve Vrouw van de zeven Smarten’ (15 september).

TerugKruisweg
De kruisweg was de weg die Jezus gegaan zou zijn in Jeruzalem vanaf het paleis van Pilatus waar hij was veroordeeld, naar de Calvarieberg waar hij gekruisigd werd. Na de dood van haar zoon zou Maria elke dag dezelfde weg hebben afgelegd. Er werden in de middeleeuwen speciale bedevaarten georganiseerd naar het Heilig Land om deze weg na te lopen. Ook het lopen van een nagebouwde of nageschilderde route elders, is een belangrijke godsdienstoefening geworden, die uiteindelijk in 1751 officieel de vaste vorm kreeg van veertien staties. Het woord statie is afgeleid van het Latijnse woord statio, dat staan of stilstaan betekent.

















Terug - L - naar I n d e x


Laatste Avondmaal
Laatste communie
Lauden
Lectio divina
Lector
Leerhuis
  Liturgie
Liturgische kalender
Liturgische kleuren
Liturgische kleding
Lofzang


TerugLaatste Avondmaal
Laatste Avondmaal is de laatste maaltijd die Jezus met zijn leerlingen hield. Het was de avondmaaltijd op het joodse paasfeest, waarop het hoofd van de tafel een stuk brood gaf aan alle deelnemers als teken van gemeenschap. Dit laatste feestmaal van Jezus werd zijn afscheidsmaaltijd.

TerugLaatste communie
Zoals we een eerste communie kennen, bestaat er ook een ‘laatste communie’ ook viaticum genoemd. Het sluit aan bij een oude gewoonte van de kerk om ernstig zieke mensen Communie thuis te brengen.

TerugLauden
De lauden is het traditionele morgengebed van de kerk. Het woord ‘lauden’ komt van het Latijnse ‘laudare’, dat vertaald kan worden met ‘loven’. Het gaat om het verheerlijken van de dag met behulp van gedichten. Samen met de vespers (het avondgebed) zijn ze de scharnierpunten waar het getijdengebed officiële gebed van de kerk om draait. Ze worden tegen zonsopgang gebeden.

TerugLectio divina
Lectio divina is een vorm van ‘biddend lezen’ (letterlijk ‘goddelijke lezing’). Deze leesmethode wordt ook wel ‘geestelijke lezing’ genoemd. Meestal verloopt deze in drie (eventueel vier) stappen:
• Lectio, d.i. een aandachtig en indringend lezen van de tekst;
• Meditatio, d.i. het beschouwen en overwegen van de tekst;
• Oratio, d.i. het gebed als antwoord op Gods stem.
• eventueel afgesloten met de “Contemplatio”, d.i. in stilte verwijlen bij God

Deze leesmethode is ontwikkeld binnen de benedictijnse traditie. Het gaat om een soort proevend herkauwen van een tekstfragment. Monniken noemden dit vroeger ruminatio, het Latijnse woord voor wat koeien met gras doen. Een tekst die je heeft geraakt, wordt nog eens opnieuw bekeken, waarbij de deelnemer rustig associërend overweegt hoe het kwam dat zij/hij geraakt werd, wat dat eigenlijk was, en wat daarop haar/zijn antwoord zou kunnen zijn.

TerugLector
Lector is een voorlezer van de Schrift in de liturgie. Dat gebeurt vanaf de ambo of lezenaar. Oorspronkelijk was het een van de lagere wijdingen van priesterkandidaten. De taak is nu vaak op leken overgegaan. Hij of zij vertegenwoordigt de gelovige gemeenschap.

TerugLeerhuis
Het begrip Leerhuis is afkomstig uit de Joodse traditie. Het Leerhuis is niet alleen voor geleerde mensen. In een leerhuis komen gewone mensen bij elkaar, die geïnteresseerd zijn om teksten uit de Bijbel te leren begrijpen met de bedoeling er leefregels in te ontdekken voor hun eigen leven.

TerugLiturgie
Liturgie is het totaal van de kerkelijke eredienst volgens afgesproken regels. Deze bestaat uit de handelingen van de gelovigen, in het bijzonder alle rituele handelingen en gebeden, de bediening van de sacramenten, het getijdengebed en de verkondiging. Koorleden, lectoren, acolieten, collectanten en vele anderen hebben hierin een taak. Samen zorgen zij binnen de liturgische vieringen voor een goed samenspel.

TerugLiturgische kalender
De Kerk heeft een eigen kalender of tijdrekening. Deze wordt het ‘kerkelijk jaar’ genoemd. Dit begint met de eerste zondag van de advent en duurt tot en met het feest van 'Christus, Koning van het heelal'. Hierbij volgen we de liturgische kalender uit het Directorium voor de Nederlandse kerkprovincie. In dit jaar (30 november 2014 t/m 28 november 2015) wordt in de zondagsvieringen vooral gelezen uit het evangelie van Marcus jaarcyclus B Oneven. In het getijdengebed neemt men de lezingencyclus van jaar I.

TerugLiturgische kleuren
Kleuren

TerugLiturgische kleding
De liturgische kleding die pastores dragen is anders dan die van de acoliet. Acolieten dragen een eenvoudige gebedsmantel of toga (zie afbeelding). Priesters, pastoraal werkers en diakens zijn te herkennen aan een kleur. Zij dragen een gekleurd bovenkleed of kazuifel (voor de priester), een schouderkleed of sjaal (zie afbeelding) (voor de pastoraal werkende) en voor de diaken een dalmatiek .

TerugLofzang
Lofzang of loflied is een gezang dat de grootheid van God bezingt en de dingen die Hij tot stand brengt. Een bekende lofzang is de lofzang van Maria, het magnificat. Lofzangen horen tot de vaste onderdelen van het getijdengebed.

















Terug - M - naar I n d e x


Maria
Mariaverering
Mariafeesten
Martelaar
Messias
  Mis
Misdienaar
Missaal
Monstrans


TerugMaria
Maria is de naam van de moeder van Jezus. Zij is een voorbeeld voor alle gelovigen, omdat ze de juiste geloofshouding had. Er zijn verschillende dagen in het jaar waarop de Kerk speciaal aan Maria denkt: de feestdagen van Maria. We vieren bijvoorbeeld het hoogfeest van Maria Boodschap (25 maart) en het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming (15 augustus).

TerugMariaverering
Maria wordt in de Rooms-katholieke Kerk op een bijzondere manier herdacht. Allereerst gebeurt dat in de maanden mei (Mariamaand) en oktober (rozenkransmaand) Gelovigen hebben eeuwenlang de hulp van Maria ingeroepen. Zij heeft allerlei titels gekregen op grond van kwaliteiten die haar werden toegedacht: Maria, de zoete moeder, Sterre der Zee, de Moeder van smarten, troosteres van de bedrukten, koningin van de apostelen, enz. In onze parochie wordt sinds de oprichting bijzondere aandacht geschonken aan "Maria, oorzaak onzer blijdschap”. In Tongeren, de bakermat van het christendom in onze streken, worden elke zeven jaar de Kroningsfeesten gevierd ter ere van Maria, Oorzaak Onzer Blijdschap.

Informatie elders op het Internet:
• • Kroningsfeesten


TerugMariafeesten
De feestdagen van Maria volgden aanvankelijk de feesten van Christus. Men vierde de geboorte van Jezus en dus ook de geboorte van Maria, en de hemelvaart van Jezus leidde tot de viering van Maria ten Hemelopneming, enzovoorts. Het zijn hoogfeesten Vier hoofddagen uit het leven van Maria werden in de Kerk vastgesteld, waarop zij speciaal vereerd zou worden: Maria-Boodschap (25 maart), Maria-Lichtmis (2 februari), Maria ten Hemelopneming (15 augustus) en Maria-Geboorte (8 september). Men zou kunnen zeggen dat er in elk seizoen een feest is, om ons er steeds aan te herinneren dat Maria bij haar Zoon voor ons ‘een goed woordje kan doen’. De vier oudste Mariafeesten corresponderen met de vier zegeningen, die de engel in de groet aan Maria overbrengt:
Wees gegroet, Maria: 25 maart
vol van genade, de Heer is met u: 15 augustus
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen: 8 september
en gezegend is Jezus, de vrucht van Uw schoot: 2 februari
Deze vormen tevens het begin van het Weesgegroet.

TerugAndere gebruiken rond Maria
Een van de wijdst verspreide gebruiken rond Maria is de bedevaart of pelgrimstocht naar bedevaartsplaatsen waar Maria is ‘verschenen’. Lourdes, Fatima, Scherpenheuvel, Kevelaer, enzovoort. Een rozenkrans is een manier van bidden, waarbij telkens na een onze vader tien weesgegroeten worden gebeden, en besloten met een ‘ere zij de Vader’. Deze tien samen worden ‘tientje’ genoemd. Om de tel niet kwijt te raken gebruikt met een gebedssnoer met kralen, die ook rozenkrans wordt genoemd. Het bidden van de complete rozenkrans telt vijftien tientjes, overeenkomstig de verdeling van de vijf blijde momenten van het moederschap van Maria, de verdrietige en geloofsmomenten (de vijf ‘blijde, droevige en glorievolle geheimen’. Maar meestal beperkt men zich tot een derde deel: het rozenhoedje. Een ander gebed is het zogenaamde ‘Angelus’ of ‘Engel des Heren’. Dit is een kort gebed, een overblijfsel uit de Middeleeuwen, toen klokgelui drie maal per dag het Heilig uur aankondigde. Het is de dankzegging voor de menswording van Gods Zoon. Het is één van de bekendste gebeden die samenvallen met het luiden van de klokken.

TerugMartelaar
Het woord martelaar komt uit het Grieks (martyros = getuige). Een martelaar is iemand die getuigenis aflegt van zijn geloof in Christus en vrijwillig zijn leven offert.

TerugMessias
Christus is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse 'Messias' en betekent letterlijk 'Gezalfde'. Later is men deze titel als eigennaam gaan gebruiken voor de gezalfde bij uitstek: Jezus Christus.

TerugMis
De mis is een ander woord voor de liturgische viering waarin het sacrament van de eucharistie centraal staat.

TerugMisdienaar
zie onder acoliet

TerugMissaal
Het missaal is het boek waarin alle gebeden voor de eucharistieviering (mis) in het jaar staan opgenomen. Er bestaat een altaarmissaal en een volksmissaal. Deze laatste is in onze parochie vervangen door de Petrus en Paulusbundel.

TerugMonstrans
Een monstrans komt van het Latijnse monstrare (= 'tonen'). Het is een houder (zie afbeelding), waarin de gewijde hostie wordt getoond.















Terug - N - naar I n d e x


Nachtmis
Nieuwe Testament
Noveen



TerugNachtmis
De nachtmis was de eerste van de drie missen die vroeger met Kerstmis werden gevierd. De gewoonte om drie missen te vieren is in Rome ontstaan en wijst op het belang van het feest. Paus Gregorius de Grote (590-604) vierde eerst een mis op de vooravond van Kerstmis (vigilie) in de Santa Maria Maggiore te Rome. De tweede volgde ’s morgens in de Santa Anastasia in het centrum van de stad en de derde overdag in de Sint Pieter op het Vaticaan. Ze staan in het missaal als nachtmis, dageraadsmis en dagmis. In de middeleeuwen werd gezocht naar een bijzondere betekenis van de drievoudige kerstviering en deze werd gevonden in de teksten van het missaal. De introïtus ofwel de openingstekst van de nachtmis zegt: ‘De Heer sprak: Gij zijt mijn Zoon. Ik heb U heden verwekt.’ De dageraadsmis begint met: ‘Een helder licht straalt heden over ons’, en de dagmis: ‘Een Kind is ons geboren.’ We zouden te maken hebben met de drievoudige geboorte van Christus. Hij komt van eeuwigheid voort uit de Vader als Zoon van God, Hij wordt geboren in de harten van de gelovigen en hij is historisch gezien in Betlehem ter wereld gekomen.

TerugNieuwe Testament
zie onder Tweede Testament

TerugNoveen
Een noveen is een gebed dat gedurende negen opeenvolgende dagen gebeden wordt. Noveen komt van ‘novena’, afgeleid van Latijnse woord 'novem' dat ‘negen’ betekent. Na de Hemelvaart van Jezus brengen de apostelen samen met Maria negen dagen door in gebed. Hieruit ontstond de gewoonte in de Kerk om negen dagen te wachten op en te bidden om de Geest. Als ondersteuning zijn er in veel kloosters en kapellen noveenkaarsen (zie afbeelding) te koop.

















Terug - O - naar I n d e x


Oecumene
Offerande
Olie
Oliesel
Omega
 

Onze Vader
Openbaring des Heren
Orde
Oude Testament



TerugOecumene
Oecumene is een Grieks woord (oikoemenè) dat al in de Bijbel (Mt 24,14) voorkomt en letterlijk betekent: de gehele bewoonde wereld. Als verschillende kerken over oecumene praten, bedoelen ze de toenadering tot elkaar, en de punten waarop zij met elkaar willen samenwerken.

TerugOfferande
De offerande is het gedeelte van de eucharistieviering waarin de gaven van brood en wijn worden aangeboden. Gewoonlijk gebeurt dat tegelijk met de collecte. Het gaat vooral om de symbolische betekenis van brood en wijn. Deze zijn door God geschapen, zijn voortgekomen uit de aarde en nodig om te leven. Deze gaven worden aan God opgedragen, daartoe worden ze omhoog geheven, en soms ook (in onze kerk alleen bij hoogfeesten) bewierookt, en begeleid door een offerandezang.

TerugOliesel
Het oliesel is een oude benaming van het sacrament van de zieken of het sacrament van de ziekenzalving. Hierbij wordt ‘olie der zieken’ gebruikt ( Oleum Infirmorum, afgekort tot O.I.). Dat is een van de drie heilige oliën, die in de kerk worden gebruikt. De andere zijn de catechumenenolie en het chrisma.

TerugOlie
ga naar Heilige Olie

TerugOmega
De Omega is de laatste letter van het Griekse alfabet. In combinatie met de alpha verwijst deze letter naar God, die ‘het begin en het einde’ is (Openbaring 21, 6). De letters ‘alpha en omega’ staan altijd weergegeven op de paaskaars, symbool van Christus.


TerugOnze Vader
Onze Vader of gebed des Heren is het gebed, dat Jezus zélf aan zijn leerlingen heeft geleerd, toen ze Hem daarnaar vroegen. Het gebed bestaat uit zes wensen. Na de aanroeping (Onze Vader) richten de eerste drie wensen zich rechtstreeks tot God de Vader (‘Uw naam’, ‘Uw Rijk’, ‘Uw wil’). De laatste drie gaan over de mens (‘ons dagelijks brood’, ‘onze schuld’ en ‘verlos ons’).

TerugOpenbaring des Heren
Het hoogfeest van de Openbaring des Heren (of Epifanie) dateert al uit de 2e of 3e eeuw. Het is daarmee ouder dan Kerstmis, dat pas vanaf de 4e eeuw gevierd wordt. De kerk van Rome heeft het feest van de Openbaring des Heren vooral gemaakt tot het feest van de Aanbidding der Wijzen. Volgens een legende uit de Middeleeuwen waren deze wijzen drie oosterse koningen en droegen zij de naam van Caspar, Melchior en Balthasar. In de volksmond wordt dit feest daarom Driekoningen genoemd. De manier waarop Jezus zich aan de mensen openbaart gebeurt op verschillende manieren. Drie ervan worden met een apart feest gevierd: Kerstmis, de Aanbidding der Wijzen en het feest van de Doop van de Heer.

TerugOrde (kloosterorde)
Orde (kloosterorde) is een religieus instituut waarvan de leden de zgn. “plechtige geloften” hebben afgelegd. Alle ordes zijn gesticht vóór 1540 (vóór de stichting van de orde van de jezuïeten). Bekende orden in Tilburg zijn de benedictijnen (OSB), de Cisterciënzermonniken van de Strikte Observantie OCSO (trappisten) en de kapucijnen OFM.CAP.

Informatie elders op het Internet:
• • benedictijnen (OSB)
• • trappisten OCSO
• • kapucijnen OFM.CAP.

TerugOude Testament
zie onder Eerst Testament














Terug - P - naar I n d e x


 

 

Paaskaars
Paastijd
Paaswake
Paastriduüm
Palmpaasstok
Palmpasen
Palmzondag
Passieviering
Passiezondag
Parochie
Pasen
Pastoor
Pastor
Pastoraat
  Pastoraal werker
Pateen
Paulus
Paus
Permanent diaken
Petrus
Petrus en Paulusbundel
Pinksteren
Priester
Priesterkoor
Processie
Profeet
Psalmen
Pyxis


TerugPaaskaars
Paaskaars is een grote kaars (zie afbeelding), die symbool staat voor Christus, het ‘Licht van de wereld’. Elk jaar wordt tijdens de paaswake een nieuwe paaskaars (met het jaartal) de kerk binnengedragen. De paaskaars is versierd met allerlei tekens, zoals: de Griekse letters alpha en omega (begin en einde) en vijf wierookkorrels (de vijf kruiswonden).

TerugPaastijd
De paastijd duurt vanaf de zondag van de verrijzenis tot en met de zondag van Pinksteren (vijftig dagen). De gewoonte is overgenomen van de joodse feestkalender. Het joodse oogstfeest Sjavoeot (Wekenfeest) moet volgens de Tora zeven weken (zeven maal zeven dagen) na Pesach gevierd worden. Ons woord Pinksteren komt van het Griekse pentekostè, dat ‘vijftigste’ betekent. Pinksteren betekent dus eigenlijk vijftigste paasdag. De vijftig dagen worden in vreugde en blijdschap gevierd als één feestdag, ja zelfs als één grote zondag. Op deze dagen wordt de eerste lezing telkens genomen uit de Handelingen der apostelen, over het ontstaan van de jonge Kerk. Op deze dagen wordt het alleluia gezongen en staat de paaskaars op het priesterkoor.
TerugPaaswake
De Paaswake is de kerkelijke viering in de nacht of avond, waarmee het hoogfeest van Pasen begint. Dit feest begint al op de avond vóór de dag van Pasen. We blijven wakker en ‘houden de wacht’ of ‘waken’ tot het nieuwe licht verschijnt. De mensen in de kerk zitten in het donker en begroeten het Licht van Christus. Ze verspreiden het licht door hun kaarsje aan te steken aan een speciale kaars: de paaskaars.

TerugPaastriduüm
Paastriduüm is een andere naam voor de drie dagen (triduüm), waarin lijden, dood en verrijzenis van Christus worden herdacht; het paasfeest. Het triduüm begint met de eucharistie op de avond van Witte Donderdag. De tweede dag is ‘de herdenking van het lijden en sterven van de Heer’ op Goede Vrijdag. De paaswake wordt gevierd na het invallen van de duisternis en met de vespers van paaszondag wordt het Paastriduüm afgesloten.

TerugPalmpaasstok
Een Palmpaasstok bevat in de top een palmtakje (verwijzing naar Palmzondag) met daar bovenop een broodhaantje (verwijzing naar Witte Donderdag); de stok is gemaakt in de vorm van een houten kruis (verwijzing naar Goede vrijdag) en wordt voorzien van allerlei voorjaarssymbolen (die verwijzen naar Pasen), zoals eieren, pruimen, rozijnen, slingers, e.d. Na een viering in de kerk brengen kinderen hun stok naar mensen die vanwege hun leeftijd of ziekte niet naar de kerk kunnen komen.(zie afbeelding)

TerugPalmpasen
Palmpasen is de populaire naam voor Palmzondag, de zondag waarmee de Goede week begint.

TerugPalmzondag
Palmzondag is de naam voor de zondag waarmee de Goede Week begint. In de kerk kunnen palmtakjes worden gezegend en in processie rondgedragen. Volgens oud gebruik maken kinderen een palmpaasstok, die zij naar mensen brengen die vanwege hun leeftijd of ziekte niet naar de kerk kunnen komen.

TerugPasen
Pasen is het feest waarop we de verrijzenis van Christus vieren. Het is het belangrijkste christelijke feest, een hoogfeest. We vieren Pasen op de eerste zondag ná de eerste volle maan in de lente. Dat is elk jaar een andere datum. (zie overzicht) We vieren ook Pasen op elke zondag.

TerugPassieviering
Het woord 'passie' verwijst in onze kerk naar het lijden van Jezus Christus op zijn laatste dag. De gang door Jeruzalem met het kruis op zijn rug, de kruisiging en tenslotte zijn sterven. In de passieviering staat dit verhaal tot het einde toe centraal. Rood is dan de liturgische kleur die door voorgangers wordt gedragen.

TerugPassiezondag
Passiezondag de oude benaming van het tegenwoordige Palmzondag

TerugParochie
Een ‘parochie’ is allereerst een bepaalde gemeenschap van christengelovigen. Het komt van het Griekse werkwoord ‘paroikeoo’, dat letterlijk betekent: erbij of ernaast wonen. Later werd het: in den vreemde wonen, inwonen, zonder burgerrecht. Het leven van christenen is te vergelijken met een pelgrimstocht in den vreemde. Omdat christenen meestal in een bepaald gebied of territorium wonen, wordt met het woord parochie vaak het gebied bedoeld. Er zijn ook parochies, die alleen voor bepaalde personen zijn opgericht, voor studenten bijvoorbeeld, of voor Antillianen of voor Polen in ons land.

TerugPastor
Iemand die pastoraal werk doet, wordt ‘pastor’ genoemd, dat is Latijn voor ‘herder’. Een pastor kan iemand zijn die tot priester of diaken is gewijd. Maar ook pastoraal werksters en werkers worden vaak pastor genoemd, omdat zij een deel van het pastoraat verzorgen.

TerugPastoraal werker
Iemand die pastoraal werk doet, wordt vaak ‘pastor’ genoemd. Dat kan iemand zijn die tot priester of diaken is gewijd. Maar ook pastoraal werksters en werkers worden vaak pastor genoemd, omdat zij een deel van het pastoraat verzorgen.

TerugPastoraat
Pastoraat is een ander woord voor de pastorale zorg, een verzamelwoord voor al het werk dat door een pastor wordt gedaan.

TerugPastoor
Een pastoor is een priester die de leiding in een parochie heeft en aan wie het pastoraat in een parochie is toevertrouwd. Hij is door de bisschop benoemd.

TerugPateen
De pateen (zie afbeelding) (van het Latijnse ‘patina’) is een gladde, ronde schotel. Samen met de kelk hoort deze bij het heilige vaatwerk (zie afbeelding) dat in de kerk wordt gebruikt. Het binnenwerk van pateen en kelk is van goud.

TerugPaulus
Paulus is de Latijnse vorm van de Hebreeuwse naam Saul, dezelfde als de eerste koning van de Israëlieten. Saulus betekent letterlijk 'hij om wie gebeden is'. Hij studeerde bij de wijze rabbi Gamaliël. Paulus bestreed de opvattingen van Jezus en zijn volgelingen en was het er mee eens dat diaken Stefanus met stenen werd bekogeld en daardoor omkwam. Later onderweg naar Damascus om nieuwe 'christenen' gevangen te nemen, kreeg hij een visioen. Er voltrok zich bij hem een wonderlijke bekering: vanaf dat moment was hij vóór het christelijk geloof (Hnd 22). Met een beroep op zijn Romeins staatsburgerschap mocht hij niet via de kruisdood omgebracht worden, maar door het zwaard. Zijn attribuut is dan ook het zwaard. Dat is in het logo van de parochie (zie afbeelding) te zien.

TerugPaus
Paus (van het Latijnse ‘papa’ = vader) Deze is de opvolger van Petrus, de bisschop van Rome. Hij is het hoofd van de katholieke Kerk. De huidige paus heet Franciscus. Hij is de 266e opvolger van Petrus.

Informatie elders op het Internet:
• • www.vaticaan.va


TerugPermanent diaken
Een permanent diaken is iemand die de laagste graad van het wijdingssacrament heeft ontvangen met de bedoeling blijvend (= permanent) diaken te blijven. In veel gevallen betreft het een gehuwde man. Vele permanent diakens blijven voor hun levensonderhoud na hun wijding hun beroep uitoefenen. Er zijn ook diakens die volledig zijn vrijgesteld voor hun ambt en zending. In dat geval worden zij er ook voor bezoldigd.

TerugPetrus
Petrus betekent letterlijk ‘rots’. Volgens het evangelie van Johannes krijgt Simon, zoals Petrus eerst heette, direct bij de eerste ontmoeting met Jezus de Aramese bijnaam ‘kefas’, wat in het Grieks 'petros' en het Latijn 'petrus' is. De andere evangelisten vertellen dat hij deze naam kreeg, toen hij openlijk in Jezus de Messias erkende (Mt 16,13-20). Bij die gelegenheid ontving hij van Jezus (symbolisch) de sleutels van het Rijk der Hemelen. Zijn attribuut waarmee hij dikwijls wordt afgebeeld is dan ook sleutels. Het is ook in het logo van de parochie (zie afbeelding) te zien. Petrus was de eerste leerling van Jezus. Na de verrijzenis van Jezus neemt hij de leiding van de gemeenschap in Jeruzalem op zich. Later kwam hij evenals Paulus in Rome terecht en onderging hij de marteldood onder keizer Nero (64-67).

TerugPetrus en Paulusbundel
De Petrus en Paulusbundel (1987) is ontstaan in en vanuit de liturgische praktijk van de parochie. De indeling van de bundel is gebaseerd op de eucharistieviering maar kan ook gebruikt worden in andere typen vieringen, zoals gebedsdiensten. Vaak komt er aanvullend een blaadje bij, bijvoorbeeld een lied dat gedurende de hele veertigdagentijd terugkeert. In die gevallen gebruiken we bundel én blaadje.

TerugPinksteren
Met Pinksteren viert de Kerk het hoogfeest van de heilige Geest, de derde Persoon van de Drie-Eenheid. Het valt op de vijftigste dag van Pasen. Herdacht wordt dat de gaven van de Heilige Geest aan de leerlingen worden geschonken en de Kerk is begonnen. Pinksteren is elk jaar een andere datum. (zie overzicht)

TerugPriester
Een priester is een man die door een bisschop is gewijd voor het kerkelijke dienstwerk. Mannen die priester willen worden, krijgen hun vorming in een seminarie.

TerugPriesterkoor
Het priesterkoor (zie afbeelding) is de ruimte rond het altaar die door een verhoging van de rest van de kerk is onderscheiden. Deze ruimte is volgens de traditie alleen bestemd voor degenen die een rol spelen in de liturgie: priester, diaken, lector, cantor en acoliet of misdienaar.

TerugProcessie
Een processie is een stoet biddende en zingende mensen. Processies worden zowel binnen als buiten de kerk gehouden. Op Palmzondag vindt in de kerk een processie plaats met palmtakken. De belangrijkste ‘openbare’ processie is op Sacramentsdag waarbij de hostie in een monstrans wordt rondgedragen onder een baldakijn (zie afbeelding).

TerugProfeet
Een profeet is een ‘geroepene’, iemand die zijn mond durft open te doen en spreekt namens God. Het Griekse woord profètès betekent letterlijk ‘spreken voor of namens een ander’. In de Bijbel protesteren profeten dikwijls tegen sociaal onrecht en valse godsdienstigheid. Christenen hebben in Jezus de vervulling van de belofte gezien, waar de vroegere profeten over spraken.

TerugPsalmen
Psalmen zijn bijbelse gedichten. In de Bijbel staan 150 psalmen, verdeeld over vijf bundels. Deze gedichten gaan over vreugde en verdriet, goed en kwaad, wanhoop en vertrouwen van mensen van alle tijden en plaatsen. Maar door alles heen is er het geloof in God. De psalmen worden gebeden of gezongen. Ze spelen een belangrijke rol in de liturgie en vormen het hoofdbestanddeel van het getijdengebed.

TerugPyxis
Een pyxis (zie afbeelding) is een gesloten doos(je) waarin reeds gewijde hosties bewaard kunnen worden als deze moet worden meegenomen om de communie thuis te ontvangen. Vanaf de twaalfde eeuw wordt de pyxis vervangen door de ciborie: deze vertoont gelijkenis met de kelk, maar is gesloten met een deksel.

















Terug - R - naar I n d e x


Relikwie
Rozenkrans
Rozenhoedje



TerugRelikwie
Een relikwie (van het Latijnse ‘reliquia’= overblijfsel) bestaat uit een deel van het lichaam van een heilige of een voorwerp dat met haar of hem in aanraking is geweest. Vaak worden relikwieën bewaard in kostbare reliekschrijnen(zie afbeelding), die soms ter verering worden uitgestald. De relikwieën van de Petrus en Pauluskerk bevinden zich in een schrijn in het hoofdaltaar (zie afbeelding).

TerugRozenkrans
De rozenkrans (zie afbeelding)is het gebedssnoer van vijfmaal tien kralen, telkens onderbroken door een grote kraal en voorafgegaan door een kruisje plus één grote, drie kleine en wederom één grote kraal. Bij het bidden van de rozenkrans wordt bij elk tiental kralen een geheim uit het leven van Maria overwogen.

Informatie elders op het Internet:
• • www.rozenkrans.nl


TerugRozenhoedje
Het rozenhoedje is een andere naam voor het bidden van de rozenkrans. Dit gebed heeft vaak de plaats in van het officiële getijdengebed ingenomen dat voor gewone gelovigen te moeilijk zou zijn. Het volledige rozenkransgebed omvat overigens drie rozenhoedjes.

Informatie elders op het Internet:
• • www.rozenkrans.nl


















Terug - S - naar I n d e x


Sacrament
Sacrament van boete en verzoening
Sacrament van de eucharistie
Sacrament van de zieken
Sacrament van de Ziekenzalving
Sacramentsdag
  Schelpenviering
Seminarie
Stipendium


TerugSacrament
Een sacrament is een ‘heilig teken’, een werkdadig teken van God in de wereld. Een bijzonder kenmerk is dat er alledaagse voorwerpen (zoals water, brood, wijn, olie) worden gebruikt, die samen met bepaalde gebaren én woorden tot een ‘heilig teken’ worden. Ze verwijzen naar de wijze waarop Christus in ons leven komt. Het gaat steeds om een geheel van woorden, handelingen en voorwerpen. De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten: doopsel, vormsel, eucharistie, boete en verzoening, ziekenzalving, wijding en huwelijk.

TerugSacrament van boete en verzoening
Zie Boete en verzoening
TerugSacrament van de eucharistie
Het sacrament van de eucharistie (= Grieks: dankzegging) is het sacrament waarin Brood en wijn gewijd worden door de instellingswoorden die Jezus tijdens het Laatste Avondmaal uitgesproken heeft: "Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed". Met de tekenen van Brood en wijn wordt de laatste maaltijd in herinnering gebracht die Jezus voor zijn dood met zijn volgelingen hield. In tekenen van brood en wijn komt Jezus tegenwoordig bij zijn volgelingen. Een kind dat voor de eerste keer deelneemt aan deze “maaltijd des Heren”, doet Eerste communie.

TerugSacrament van de zieken
Zie sacrament van de ziekenzalving

TerugSacrament van de ziekenzalving
Het sacrament van de ziekenzalving is een hulp om hoopvol te kunnen leven in de levensfase die een zieke of ouder wordende mens moet doormaken. Vroeger werd dit sacrament het ‘sacrament van het oliesel’ genoemd, omdat men de toediening ervan vaak uitstelde tot op het sterfbed. Momenteel wordt de laatste communie gezien als het laatste sacrament. Dit wordt ‘viaticum’ genoemd. In onze parochie wordt jaarlijks op dinsdagmiddag na Nationale Ziekenzondag een gemeenschappelijke ziekenzalving georganiseerd, een viering zoals bij alle andere Sacramenten. Daarmee is duidelijk dat het een kerkelijk gebeuren is en plaatsvindt in de parochiekerk waaraan ook de familie van de zieken en de parochiegemeenschap kan deelnemen.

TerugSacramentsdag
Op Sacramentsdag wordt de instelling van de eucharistie, die we op Witte Donderdag vieren, nog eens op een feestelijke manier gevierd. Witte Donderdag valt in de Goede Week, waarin we het lijden van de Heer gedenken. Dan is er weinig ruimte voor een feest. Om die reden werd het in ons land, en nu nog altijd in veel landen om ons heen, op een donderdag gevierd: de tweede na Pinksteren.

TerugSchelpenviering
Kinderen worden gedoopt met een ‘eigen’ doopschelp’. Deze wordt, voorzien van naam en datum, in de doopkapel (zie afbeelding) opgehangen, zodat iedereen kan zien wie er in onze kerk gedoopt zijn. Later in het jaar worden alle kinderen met hun ouders uitgenodigd in een speciale schelpenviering. Hier krijgen ze de schelp overhandigd waarmee zij werden gedoopt.

TerugSeminarie
Seminarie (van het Latijnse 'kweekschool') is de naam van het instituut, waar de godsdienstige vorming van mannen plaatsvindt die zich geroepen voelen tot een van de ambten in de Kerk.

TerugStipendium
Stipendium een aalmoes of geschenk dat via de priester aan God wordt geschonken. In plaats van een gave ‘in natura’ bestaat deze nu meestal in de vorm van een geldbedrag.

















Terug - T - naar I n d e x


Tabernakel
Testament (Eerste)
Testament (Tweede)
Transeunt diaken
Tweede Vaticaans Concilie



TerugTabernakel
Het tabernakel (zie afbeelding) is het gesloten kastje op het zijaltaar (zie afbeelding). Hierin worden gewijde hosties bewaard. In sommige kerken bevindt het tabernakel zich op het hoofdaltaar.

TerugHet Tweede Testament
Het Tweede (of Nieuwe) Testament is het deel dat christenen aan de Joodse Bijbel hebben toegevoegd. Het gaat over het leven van Jezus (de evangelies) en wat er daarna gebeurde (Handelingen van de Apostelen, de Brieven en de Apocalyps).

TerugTranseunt diaken
Een transeunt diaken is een diaken die de laagste graad van het wijdingssacrament heeft ontvangen met de bedoeling later tot priester te worden gewijd. Het woord ‘transeunt’ betekent ‘overgang’.

TerugHet Tweede (Oecumenisch) Vaticaans Concilie
Het Tweede (Oecumenisch) Vaticaans Concilie duurde van 1962 tot 1965. Het werd door paus Johannes XXIII bijeengeroepen. Het begon op 11 oktober 1962. Na de dood van deze paus werd het onder Paulus VI voortgezet en op 8 december 1965 afgesloten. Nieuw aan dit concilie waren de waarnemers van verschillende kerken.

















Terug - U - naar I n d e x


Uitvaart



TerugUitvaart
Een ‘uitvaart’ is het afscheid van de overledene in de kerk, waarin de gemeenschap de laatste eer bewijst aan een overledene. We geven de overledene uit handen en dragen hem over aan Gods barmhartigheid.In de kerk wordt een verbinding gelegd tussen Gods woord en het leven van de mens van wie afscheid wordt genomen, en er wordt gezocht naar een evenwicht tussen aandacht voor de overledene van wie we afscheid nemen en het dankzeggen aan God. Een uitvaart eindigt met de ‘laatste aanbeveling ten afscheid’. Hierbij wordt het lichaam met wijwater besprenkeld en bewierookt en uit de kerk gedragen. Dit laatste gebed heeft de betekenis van een "adieu", een vaarwel tot God. De uitvaart wordt gevolgd door een begrafenis of een crematie.

















Terug - V - naar I n d e x


Vasten
Veertigdagentijd
Verrijzenis
Vespers
Vigilie
Viaticum
  Vieringen
Vis
Voorbede
Vormsel
Vormselviering


TerugVasten
Vasten houdt in dat je gedurende een bepaalde tijd bewust minder voedsel en drinken tot je neemt. Vasten is van alle tijden en van alle culturen. Het bijbelse vasten is niet bedoeld om af te vallen of te ‘ontslakken’ - hoewel dit wel het effect ervan kan zijn - maar om religieuze en spirituele redenen. Men kan hierbij drie motieven onderscheiden:
• Door vasten ga je helderder denken, scherper zien. Je laat materiële lasten en genoegens los en gaat openstaan voor spirituele ervaringen. Vasten is voor veel gelovigen een manier om dichter bij God te komen, maar ook dichter bij zichzelf.
• Door vasten kweek je discipline en zelfdiscipline. Je wordt weerbaarder en leert nee te zeggen tegen allerlei zaken die je misschien eigenlijk niet nodig hebt.
• Door vasten ondervind je aan den lijve wat het is om honger te hebben. Je leert je te verplaatsen in de situatie van mensen die aan voedsel en andere dingen gebrek hebben. Zo nodigt vasten uit tot solidariteit, tot delen met de ander. Vooral dit laatste motief speelt een rol in de zgn. vastenactie, waarin aandacht wordt gevraagd voor kleinschalige, duurzame projecten in de Derde Wereld.

Informatie elders op het Internet:
• • Vastenaktie
• • www.vasten.nl


TerugVeertigdagentijd
De veertigdagentijd is de voorbereidingstijd op Pasen. Vroeger werd deze periode ook wel ‘vastentijd’ genoemd. De Veertigdagentijd begint op Aswoensdag en duurt tot Pasen. Dat zijn eigenlijk geen veertig, maar zesenveertig dagen. Maar de zondagen worden niet meegerekend, want dat is de 'dag des Heren', waarop de verrijzenis van Christus al wordt gevierd. Veertig is een belangrijk getal in de bijbel; veertig is het getal van de verwachting, van de voorbereiding, van boete, inkeer en bezinning, van vasten. • 40 dagen en nachten duurde de zondvloed;
• 40 dagen en nachten duurde de zondvloed;
• 40 jaren trokken de Israëlieten door de woestijn, vóór ze het Beloofde Land binnen gingen;
• 40 dagen verbleef Mozes op de berg Sinaï;
• 40 dagen lang daagde de Filistijn Goliat de Israëlieten uit totdat David tegen hem ten strijde trok;
• 40 dagen preekte Jona boete aan de inwoners van Ninivé als teken van berouw (Jona 3,5.7);
• 40 dagen en 40 nachten lang vastte Jezus - na de doop in de Jordaan - in de woestijn om zich voor te bereiden op zijn verkondiging (Mt 4,2);
• 40 dagen lang verscheen Jezus na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen en sprak met hen.
Ook de kleur paars in de kerk verwijst naar inkeer en bekering. Een enkele keer wordt deze kleur afgewisseld door een andere, zo bijvoorbeeld op Maria Boodschap, maar steeds keert het paars weer terug. Pas met Pasen, wanneer de verrijzenis wordt gevierd, wordt het definitief vervangen door wit.
De Veertigdagentijd wordt soms ook de 'christelijke ramadan' genoemd. Pas als je het zó zegt, kunnen sommige mensen in onze tijd zich daar weer iets bij voorstellen. Want bij Veertigdagentijd hoort vasten.

Informatie elders op het Internet:
• • www.veertigdagentijd.nl


TerugVerrijzenis
Verrijzenis of opstanding is het verrijzen of opstaan uit het graf.

TerugVespers
De vespers is het traditionele avondgebed van de kerk. Ons woord ‘vespers’ betekent niets anders dan ’s avonds, omdat dit gebed wordt gebeden bij het opkomen van de Avondster (in het Latijn Vesperus). Samen met de lauden (het morgengebed) vormen de vespers de scharnierpunten van het getijdengebed. Ze vormen een rustpunt voor de avond die gaat komen. Zon- en feestdagen kennen twee vespervieringen: de ‘eerste vespers’ wordt gebeden op de avond voorafgaand aan de zondag of betreffende hoogfeest. De tweede vespers is dan het avondgebed op het feest zelf. De vespers bestaat uit een hymne, twee psalmen met antifonen, een lofzang uit het nieuwe testament met antifoon, een korte schriftlezing en daarna de lofzang van Maria (magnificat) met antifoon. De viering wordt besloten met gebeden.

TerugVigilie
Ons woord vigilie komt van het Latijnse woord vigilia (= waken). Hiermee wordt oorspronkelijk de nachtwake bedoeld die voorafgaat aan een kerkelijk hoogfeest. In 1951 heeft paus Pius XII de nachtwake met Pasen (paaswake) in ere hersteld.

TerugViaticum
Het viaticum is de laatste communie die iemand kan ontvangen. Het woord komt van het Latijnse ‘via’ (= weg) en betekent letterlijk ‘teerspijze’ of ‘wegspijze’. Het sluit aan bij een oude gewoonte van de kerk om ernstig zieke mensen de communie te geven als voedsel voor op reis, onderweg naar het eeuwige leven. Deze communie is de laatste communie die een stervende kan ontvangen, en is feitelijk dus het laatste sacrament. Vaak wordt deze communie gegeven in combinatie met de ziekenzalving.

TerugVieringen
Alle liturgische vieringen in de kerk staan uiteindelijk in het teken van Pasen. Vanaf het eerste begin zijn christenen op de dag van de verrijzenis van de Heer, de eerste dag van de week, de zondag, bij elkaar gekomen om Pasen te vieren. We kennen verschillende soorten godsdienstoefeningen:
1. Eucharistie
2. Vespers
3. Woord- en communieviering
4. Woord- en gebedsviering
5. Aanbidding

TerugVis
Het Griekse woord vis is: I-Ch-Th-U-S. Deze vijf letters vormen de beginletters van de vijf woorden: Ièsous, Christos, Theou, Uios, Sotèr, dat wil zeggen Jezus Christus, Zoon (van) God, Redder. Het woord ‘vis’ is geheimtaal voor de geloofsbelijdenis van de christenen. zie ook onder Ichthus

TerugVoorbede
Een voorbede is een gebed waarbij mensen uit de gemeenschap zelf aan het woord komen, meestal de lector. Het gebed vormt de overgang van de dienst van het woord naar de dienst van de Tafel. Wanneer er geen dienst van de Tafel volgt, worden de voorbeden afgesloten met het gebed des Heren. In de voorbede kunnen ook bijzondere intenties worden opgenomen, dat zijn gebeden voor een speciaal doel.

TerugVormsel
Het vormsel is het sacrament van de bevestiging. De bisschop of diens plaatsvervanger zalft het voorhoofd van een gedoopte (jong)volwassene met chrisma terwijl hij hem/haar de handen oplegt. Die symbolische gebaren duidt hij met de woorden: “ N., ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods”. Zij drukken een stempel op het leven van de gevormde en wordt de keuze om bij de kerk te willen horen bevestigd of bekrachtigd. Het vormsel wordt ook wel eens het sacrament van de volwassenwording genoemd. Het geeft kracht van de Heilige Geest om voor je geloof uit te komen. In Nederland en België is het de gewoonte dat jongeren vanaf ongeveer twaalf jaar dit sacrament ontvangen. Het woord vormsel is afgeleid van het Latijnse ‘confirmatio’ (= bevestiging) en is één van de drie initiatiesacramenten.

Het vormsel hoort bij de doop. In de Oosters-Orthodoxe Kerken vindt de toediening van het vormsel plaats direct na het doopsel. Het is een zelfstandig sacrament, maar wordt in de regel toch meestal tijdens een eucharistieviering toegediend en wel direct na de geloofsbelijdenis (doopbelijdenis), waarmee de relatie tot de doop wordt gelegd. Evenals het doopsel kan men het vormsel slechts eenmaal ontvangen. Christenen uit de protestantse kerken worden door het ontvangen van het sacrament van het vormsel volledig opgenomen in de katholieke kerk.

Informatie elders op het Internet:

• • www.vormsel.nl

TerugVormselviering
Een vormselviering is een viering waar tijdens de eucharistie het vormsel toegediend wordt.
















Terug - W - naar I n d e x


Weesgegroet
Wierook
Wijding
Wijdingssacrament
Wijn
  Wijwater
Witte Donderdag
Woord- en communieviering
Woord- en gebedsviering


TerugWeesgegroet
Het Weesgegroet (in het Latijn: Ave Maria) is het bekende gebed tot Maria, ontleend aan een tekst uit het evangelie van Lucas.

TerugWierook
Wierook betekent letterlijk ‘gewijde rook’. Deze rook ontstaat door het branden van korrels hars afkomstig van bepaalde boomsoorten. Wierookwolken in de kerk zijn een symbool voor onze gebeden die tot God opstijgen.

TerugWijding
Een wijding is een ander woord voor zegening. Er wordt een gebed rechtstreeks tot God gericht om personen een bijzondere zegen (genade) te verlenen, waardoor ze veranderen. De wijding gebeurt door handoplegging of door een kruisteken met een zegenformule.

TerugWijdingssacrament
Door het wijdingssacrament aanvaarden mannen een kerkelijk ambt. Het ambt kent drie graden: de wijding tot diaken, tot priester of tot bisschop. De wijding gebeurt door over de wijdeling Gods zegen af te roepen. Collega’s in het ambt leggen de nieuwe wijdeling de handen op.

TerugWijn
In de viering van de eucharistie wordt naast brood (= hostie) ook wijn gebruikt. Deze moet gemaakt zijn van rode of witte druiven. Een oude gewoonte is om daar in de eucharistieviering een beetje water aan toe te voegen. We gedenken er het Bloed van Jezus mee.

TerugWijwater
Wijwater is water waarover Gods zegen is afgeroepen en waarmee personen en zaken worden gezegend. Eigenlijk is het doopwater. In de paasnacht wordt het water gezegend en apart gesteld voor de doop. In een bakje bij de ingang (wijwaterbakje) (zie afbeelding) komt u wat van dit water tegen. Je kunt er wat van aan je vingers nemen en je ermee besprenkelen of bekruisen om jezelf te herinneren dat je door de doop bent opgenomen in het Lichaam van Christus.

TerugWitte Donderdag
Witte Donderdag is de donderdag in de Goede Week. Met de avondviering van Witte Donderdag begint het paastriduüm. In de avondviering wordt op plechtige wijze de instelling van de eucharistie herdacht. Het bijzondere van deze viering is dat ze eindigt zonder de zegen. De gelovigen mogen namelijk blijven of terugkomen om te waken, zoals Jezus in de tuin van Getsemane aan zijn leerlingen vroeg om met Hem te waken.

TerugWoord- en communieviering
Een zelfstandige communieviering kan niet zonder het Woord en is altijd verbonden met de viering van de eucharistie. Deze communieviering (op eerste paasdag) is te zien als een vervolg op de eucharistie. Zo zijn uitvaarten in onze kerk vrijwel altijd een woord- en communieviering. De volgorde in zo’n viering wijkt enigszins af van de viering van de eucharistie. Na de Woorddienst volgt direct het Onze Vader en de uitnodiging tot de communie en de uitreiking van het heilig Brood en wordt het communiegebed gebeden als dankzegging voor de gaven van de eucharistie.

TerugWoord- en gebedsviering
Karakteristiek voor een viering van woord en gebed (zoals op Aswoensdag en Goede Vrijdag) is dat het altaar niet gebruikt wordt. Naast de viering van het Woord wordt er gezongen en gebeden, met name in de voorbede. Er is veel tijd voor stilte, waarin de mens tot zichzelf kan komen.

















Terug - Z - - naar I n d e x


Zalig
Zangerspoort
Zegen
Ziekenolie
Ziekenzalving
 
Ziekenzegen
Zondag
Zondagen door het jaar
Zondagen van Pasen


TerugZalig
We wensen elkaar een ‘zalig, gezegend of gelukkig’ kerstfeest en nieuwjaar. Deze woorden verwijzen naar de kern van de verkondiging van Jezus. Hij noemde de armen van geest zalig, de mensen die wisten wat verdriet was, de mensen die snakten naar gerechtigheid. Jezus trok partij voor hen. "God wil dat alle mensen zalig worden en tot de kennis der waarheid geraken", schreef Paulus (1 Tim. 2, 4). Door het elkaar toe te wensen neem je al deel aan Gods heil, aan het eeuwige geluk.

TerugZangerspoort
De zangerspoort is naam van de deur achter de Pauluszaal (zie afbeelding). Deze deur is als toegang voor de kerk afgesloten, wegens het gebrek aan controle. Momenteel is ze alleen maar de nooduitgang van de kerk en Pauluszaal.

TerugZegen
Zegen is het woord waarmee mensen en voorwerpen voor een bepaald doel worden gewijd. Ze blijven wat ze zijn. Zegenen gebeurt door het uitspreken van een gebed en het maken van een kruisteken.


TerugZiekenolie
Dit is een van de drie heilige oliën die in de kerk worden gebruikt bij het sacrament van de ziekenzalving. Deze olie wordt bewaard in een speciaal olievaatje (zie afbeelding) met de letters O.I. (= Oleum Infirmorum).


TerugZiekenzalving
De ziekenzalving is het sacrament dat mensen kracht geeft en opbeurt. Er wordt gebeden om het behoud van de zieke. Dit sacrament verwijst ook naar het lijden en sterven van Christus. De ziekenzalving wordt toegediend wanneer mensen het einde van hun leven voelen naderen. Naast het sacramentvan de ziekenzalving kent de kerk ook nog de ziekenzegen

Informatie elders op het Internet:
• • www.ziekenzalving.nl

TerugZiekenzegen

De ziekenzegen omvat gebed en handoplegging en kent geen zalving met de ziekenolie. De ziekenzegen kan door een diaken of pastoraal werkende worden gegeven bij een ziekenbezoek. Er wordt gebeden dat de zieke Gods genezing, kracht, troost en bijstand mag ontvangen.

TerugZondag
De zondag is de eerste dag van de week. In Rome heette deze dag ‘dies solis’: dag van de zon, genoemd naar de planeet. Daar komt ook het Nederlandse woord 'zondag' vandaan, evenals ‘Sunday’ in het Engels en ‘Sonntag’ in het Duits. De eerste dag van de week wordt gevierd als ‘de dag van de Heer’, omdat Christus op die dag is verrezen. De belangrijkste zondag is Pasen. Elke zondag wordt Pasen opnieuw gevierd. In het Latijn wordt deze dag ‘dies dominica’ genoemd (letterlijk ‘dag van de Heer’). Daarvan is ‘dimanche’ (Frans) en ‘domingo’ (Spaans) afgeleid.

TerugZondagen door het jaar
De zondagen buiten de paas- en kersttijd worden 'zondagen door het jaar’ genoemd. Het ritme van het jaar bepaalt welk moment uit het leven van Jezus onder de aandacht wordt gebracht. De lijn in dit kerkelijk jaar wordt bepaald door de viering van de goede boodschap die God komt brengen in Jezus, en de symbolische manier van dit vieren. In die tijd vallen er andere gedenkdagen zoals Drie-Eenheid, Sacramentsdag of Maria-ten Hemelopneming, Allerheiligen, enzovoort.

TerugZondagen van Pasen
De ‘zondagen van Pasen’ zijn de zeven zondagen tussen Pasen en Pinksteren. Pasen is het belangrijkste feest en wordt daarom vijftig dagen lang gevierd. Deze hele tijd blijft de vreugde van Pasen naklinken en de zondagen van deze paastijd worden daarom ‘zondagen van Pasen genoemd’.