/

De 7 sacramenten

Doop
Communie
Vormsel
Boete en verzoening
Ziekenzalving
Huwelijk
Wijding

 

Doop

sacrament-doopHet doopsel is een begin. Het woord 'doop' komt van onderdompelen in het water. Water is het element van (nieuw) leven. Het doopsel brengt een persoonlijke relatie met Jezus tot stand. Door het doopsel word je opgenomen in de gemeenschap van de gelovigen, rond het lichaam van Christus. Men kan het doopsel maar éénmaal ontvangen: het kan niet herhaald worden. Met de doop ontvang je het watermerk van ‘bij Christus horen’. In beginsel kan iedereen het doopsel ontvangen. Sinds eeuwen wordt het doopsel aan kinderen toegediend. Je ontvangt dan het doopsel op grond van het geloof van je ouders. Ouders van doopkinderen en volwassenen die gedoopt willen worden ontvangen het doopsel meestal na een voorbereidingstijd. In de voorbereiding wordt ingegaan op de betekenis van de doop, op je eigen geloof en op de geloofsgemeenschap waarvan je lid wordt. Voor geestelijke steun en begeleiding van de dopeling en de ouders (als er sprake is van een jong kind) wordt een peter of meter gevraagd. Tijdens de doopplechtigheid hebben ook zij een taak.

Doopviering
Bij een gewone doop wordt de dopeling, na de naamgeving, driemaal begoten met water, terwijl de tekst 'Ik doop je in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest' wordt uitgesproken. De zalving met chrisma voltooit de doophandeling. De dopeling kan tijdens de viering bekleed worden met een wit gewaad, als teken van nieuwe levensstart. Ook het zout is een veel gebruikt symbool in een doopviering. Het wordt dan aan de dopeling gegeven opdat hij/zij smaak krijgt voor het leven. De ouders ontvangen (soms uit handen van de peetouder) de doopkaars, teken van Gods liefde wat Licht verspreid in de levens van mensen. De doopkaars kan in het leven van de dopeling een rol gaan spelen door hem te branden op belangrijke momenten. Zo wordt de doopkaars aangestoken wanneer de dopeling het sacrament van de Eucharistie voor het eerst ontvangt (Eerste Communie), en ook bij het sacrament van het Vormsel. Bij een doopviering van volwassenen, wordt de doopplechtigheid in de regel direct gevolgd door het vormsel en de eerste communieviering. Vaak gebeurt dit in de Paasnacht, de nacht die staat voor nieuw leven. Zo was het ook in oude tijden. Doop, vormsel en eerste communie horen bij elkaar, dan is de opname in de kerk voltooid en neem je deel aan de Blijde Boodschap (Evangelie) .

 

Communie

sacrament-communieAls een kind ongeveer zeven jaar is wordt de eerste heilige communie in de kerk gevierd. Dit komt na het doopsel, en wordt vóór het vormsel gedaan. De eerste communie is de eerste volledige deelname aan de kerkviering. De eerste heilige communie is, samen met het doopsel en vormsel, de voltooiing van de volwassenwording in de kerk. Je bent dan dus als het ware ‘echt’ lid van de kerkelijke gemeenschap. Oorspronkelijk vormen deze drie stappen één ritueel, zoals je nu nog kunt zien in het ritueel van het doopsel van volwassenen. Maar in de meeste katholieke gemeenschappen is dit ritueel in 3 delen verdeeld. In een feestelijke eucharistieviering voor het eerst de hostie (het Lichaam van Christus, het geconsacreerde brood) mogen ontvangen. Tijdens de communie krijgt het kind de eerste hostie, dit is het zogenaamde ‘lichaam van Jezus Christus’. Het kind mag vanaf nu in elke kerkviering aan de communie meedoen. Vandaar dat deze plechtigheid de eerste heilige communie wordt genoemd.

Betekenis van de Eerste Communie
In het sacrament van de eucharistie geeft Jezus Zichzelf aan de persoon die Hem ontvangt, opdat hij of zij met Hem verbonden blijft. Het is de meest fantastische manier waarop God heel dicht met mensen verbonden wil blijven (dichter kan niet!) en mensen wil sterken op hun levensweg, zodat zij zich kunnen inzetten voor anderen! Het ontvangen van de communie, is dan ook een bijzonder en heilig moment. Bij de eerste communie wordt gevierd dat kinderen (en volwassenen) hier voor het eerst deel aan mogen nemen. De eerste communie is een begin en een uitnodiging om de relatie met God voort te zetten en te verdiepen. Het is een uitnodiging om nog veel vaker ter communie te gaan, om het sacrament van de eucharistie vaak te ontvangen.

 

Vormsel

sacrament-vormselIn de vroege gebruiken van de katholieke kerk heeft men aan de handoplegging een zalving met welriekende olie (chrisma) toegevoegd. Dit deed men om beter de gave van de heilige Geest aan te duiden. Deze zalving verduidelijkt de naam van 'christen', wat 'gezalfde' betekent. De zalving bestaat nu nog steeds in het sacrament van het vormsel. Het is de bekrachtiging van het doopsel. Meer nog is het vormsel de voltooiing van de gave van de Geest die in het doopsel werd gegeven. Eigenlijk wordt het vormsel nog steeds zo toegediend als in de eerste eeuwen. Iedere gedoopte die nog niet is gevormd, kan het sacrament van het vormsel ontvangen. De bisschop zalft een mens die verstandig genoeg is om zijn eigen keuzes te maken. Het vormsel wordt veelal toegediend aan jonge mensen die als kind zijn gedoopt. Ze kunnen nu zelf verantwoordelijkheid dragen en zelf ‘ja’ zeggen tegen de geloofsgemeenschap waarin zij door het doopsel zijn opgenomen. In het vormsel bevestigt de Heilige Geest het ‘ja-woord’ van de vormeling, geeft kracht om te blijven geloven en de Blijde Boodschap (Evangelie) door te geven.

Vormselviering
Na de lezingen begint de vormselviering met de presentatie van de vormelingen. Zij worden bij hun naam geroepen. Vaak wordt de presentatie ook na de preek gedaan. Na de preek (homilie) van de bisschop of zijn vertegenwoordiger volgt de vernieuwing van de doopbelijdenis door de vormelingen. Vervolgens strekt de bisschop, of zijn vertegenwoordiger, zijn handen over de vormelingen uit en bidt dat hen de gaven van de heilige Geest mogen worden geschonken. Dit wordt de handoplegging genoemd. De kernhandeling van het vormsel is de zalving met chrisma (heilige olie) van de vormeling onder handoplegging. De bisschop of zijn vertegenwoordiger legt zijn hand op het hoofd van de vormeling en tekent hem met chrisma in de vorm van een kruis. Hij zegt: "Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods". Tijdens deze zalving staat de vormeling tussen zijn beide ouders, die ieder een hand op de schouder van hun kind leggen. De viering van het vormsel wordt beëindigd met de voorbede, waarna doorgaans de tafeldienst (eucharistie) volgt.

Wijding van het chrisma
De wijding van het chrisma (de heilige olie) hoort in zeker zin tot het sacrament van het vormsel. Op de avond vóór Witte Donderdag wijdt de bisschop tijdens de chrismamis voor heel zijn bisdom het heilig chrisma. Vertegenwoordigers van elke parochie in het bisdom halen de heilige olie voor hun parochie op en brengen deze in de Paaswake de geloofsgemeenschap binnen. Net als het doopsel is het vormsel een eenmalig, onuitwisbaar teken. Het sacrament kan maar eenmaal worden ontvangen.

 

Boete en verzoening

sacrament-boete_en_verzoeningDit sacrament wordt traditioneel geassocieerd met de biechtstoel en vaak nog steeds ‘de biecht’ genoemd. De biechtstoel wordt in de meeste Nederlandse Katholieke Kerken niet meer gebruikt en meestal vindt het sacrament plaats na gesprekken met de priester. In dit sacrament ontmoet de gelovige Onze Lieve Heer die de berouwvolle steeds weer vergeeft. Het is aan Jezus Christus om je zonden te belijden en het is dan ook Hij die vergeving geeft, via de priester die de biecht hoort. Het gaat hier om een sacrament, omdat Christus zelf de zonden vergeeft.

Vallen en weer opstaan
God heeft de band tussen Schepper en schepping gemaakt. Hij wil een onverbrekelijk verbond tussen de mens en Hem, een liefdesverbond dat goed is omdat Hij het heeft geschapen. God gaf aan Mozes de Wet, een wijze van leven die goed is. Het zijn de Tien Woorden (geboden), algemene richtlijnen om je leven in te richten. Zonde leidt tot afzondering en verwijdering van dat wat God bedoelt. Het verbreekt de relatie tussen God en de mens. De zonde tast ook de relatie met de kerkgemeenschap aan. God wil zich altijd weer opnieuw met de mens verbinden. In dit sacrament bekeert de mens zich opnieuw tot God en vraagt God op een om vergeving om zo de relatie met God en mensen te herstellen. Het sacrament is gericht op heelmaking: heelmaking van de relatie God-mens én heelmaking van de mens zelf die gebukt gaat onder schuldgevoel. Het sacrament wil een nieuwe start maken, vanuit hoop en vertrouwen dat mensen bij God terecht kunnen. Vanuit dit vertrouwen gaat de mens de wereld in, en zal ook daar met mensen een nieuwe start kunnen maken. De biecht is dan vooral ook een sacrament dat nieuwe kracht geeft. Het sacrament werkt genezend en helend.

Het sacrament van boete en verzoening kan men zo vaak ontvangen als nodig is. De leer van de Katholieke Kerk vraagt mensen om minimaal eenmaal per jaar - liefst rond Pasen - je zonden te belijden. Dit kan in de vorm van een gesprek met een priester en eventueel het ontvangen van het sacrament. Veel geloofsgemeenschappen kennen de vorm van een boeteviering, meestal vóór Kerstmis en vóór Pasen. In een dergelijke viering richt de gehele geloofsgemeenschap zich op het besef dat we niet alles goed doen in ons leven. De gemeenschap vraagt in gebed God en elkaar om vergeving.

 

Ziekenzalving

sacrament-ziekenzalvingWie ziek is heeft op een bijzondere wijze Gods’ genade nodig. Daartoe kan het sacrament van de ziekenzalving steun, hulp en de genade van de heilige Geest geven aan de zieke en mensen die om de zieke heen staan. Aan zieken, aan mensen die voor een levensgevaarlijke operatie staan of aan mensen die hun levenseinde zien naderen kan het sacrament van de ziekenzalving worden toegediend. Het sacrament is bedoeld om kracht te geven in het lijden. Het evangelie getuigt van de zorg van Jezus voor de zieken. Jezus geeft ook de opdracht om hulp en aandacht te besteden aan de zieken. Het sacrament van de ziekenzalving is door Christus ingesteld en in de brief van de apostel Jakobus aanbevolen. In de brief van Jakobus staat dat de zieken met olie moet worden gezalfd met het doel dat zij worden gered.

Het sacrament van de ziekenzalving geeft de zieke de genade van de heilige Geest. Het geeft de mens hulp en steun en het schenkt hem hoop en vertrouwen op God en tegen de angst voor de dood en eigen zonde. De kracht van het sacrament komt tot uiting dat het de zieke helpt het lijden te dragen of te bestrijding.

Het sacrament kan worden herhaald, telkens als de noodzaak aanwezig is, bijvoorbeeld bij herhaaldelijke operaties, of bij mensen op zeer hoge leeftijd, waarvan hun gezondheid is achteruitgegaan. Het verdient aanbeveling het sacrament niet te lang uit te stellen. Het is zowel voor de zieke als voor aanwezige familieleden/dierbare fijner wanneer hij/zij de viering van het sacrament in het volle bewustzijn kan meemaken en de kracht ervan mag ervaren.

De viering van het sacrament
De openingsritus bestaat uit de begroeting en besprenkeling met wijwater. Na de schuldbelijdenis, volgt een (eigen gekozen) schriftlezing en de voorbede. Daarna zegent de priester de zieke onder een handoplegging. Vervolgens worden het voorhoofd en de handen gezalfd. Indien mogelijk volgt er een eucharistieviering waarin de zieke en de aanwezigen de communie ontvangen.

 

Huwelijk


sacrament-huwelijkDe Bijbel begint met de schepping van man en vrouw naar Gods beeld en gelijkenis. Het is God die de mens uit liefde heeft geschapen, en de mens ook tot de liefde roept.

Als een man en een vrouw elkaar ontmoeten en van elkaar gaan houden, liefhebben, willen ze altijd bij elkaar zijn. Zij willen een verbond sluiten voor de rest van hun leven: de vorm die de kerk daarvoor heeft, is het kerkelijk huwelijk. De geliefden beloven elkaar de liefde ten overstaan van de gemeenschap, vertegenwoordigd door de priester. Ze geven elkaar hun ‘ja-woord’, om op deze manier te worden verbonden door God, wetende 'dat wat God heeft verbonden, een mens niet mag scheiden'. Het is daarom met recht een sacrament van de levensstaat. Een sacrament dat men eenmaal kan ontvangen, tenzij men door de dood wordt gescheiden. Wanneer de overgebleven partner nieuw levensgeluk vindt kan men opnieuw in het huwelijk treden.

De viering
De viering van het huwelijk wordt afgesproken in de voorbereidende gesprekken tussen de pastor en de huwelijkskandidaten. Naast kerkelijke regels is de persoonlijke geloofsbeleving van belang bij de keuze van de vorm. De huwelijksviering kan pas plaats vinden na het burgerlijk gesloten huwelijk (dit schrijft de wet voor). In de Latijnse ritus heeft de viering van het huwelijk tussen twee christen gelovigen gewoonlijk plaats tijdens een Eucharistie (een huwelijksmis), vanwege de band van alle sacramenten met het paasmysterie van Christus. Dit is de traditionele wijze van een kerkelijk huwelijk. Aan het einde van de mis wordt vaak een gebed of lied opgedragen aan Maria.

 

Wijding

sacrament-wijdingDe katholieke kerk kent drie graden van wijdingen: die van bisschop, die van priester en die van diaken.

De wijding van de bisschop geeft, samen met de heiligingstaak, ook de taak om te onderrichten en te besturen. De handoplegging en de wijdingswoorden verlenen de genade van de heilige Geest zodat de bisschoppen de rol van Christus (als leraar, herder en priester) vervullen en in zijn persoon optreden. De bisschoppen hebben hun diensttaak aan verschillende personen doorgegeven.

De apostolische zending is doorgegeven aan de priesters. Omdat het priesterlijk ambt in verbinding staat met het bisschopsambt, deelt het ook in het gezag waarmee Christus zijn lichaam opbouwt, heiligt en bestuurt. Daarom is er het sacrament dat de priesters door de zalving van de heilige Geest tekent.

De diakens hebben op een bijzondere wijze deel aan de zending en de genade van Christus. Het wijdingssacrament is ook hier een merkteken dat niemand kan uitwissen en dat hen gelijkvormig maakt aan Christus, die de 'diaken', dit is de dienaar, van allen geworden is. Diakenen hebben van oudsher als eerste taak de zorg aan de armen. Daarnaast kunnen zijn ze actief zijn in eucharistie vieringen, assisteren bij een huwelijk en kerkelijke uitvaarten leiden.

Geroepen om zich onverdeeld te wijden aan de Heer en aan 'zijn zaak', geven de wijdelingen zich geheel aan God en de mensen. Dit betekent, dat zij celibatair leven, dus ongehuwd. Overigens heeft het celibaat niet altijd bestaan. In de begintijd van het christendom waren er zowel gehuwde als ongehuwde priesters. In de Oosterse Kerken zijn er nog steeds gehuwde priesters. Onder paus Gregorius werd het celibaat (1136) in de Latijnse Kerk ingevoerd.

De viering
De viering van een wijding is belangrijk en daarom worden zoveel mogelijk gelovigen uitgenodigd de wijding mee te vieren. De wijding is bij voorkeur op een zondag in de kathedraal van het bisdom. Het is de bisschop voorgehouden de wijding te verrichten. Wilt u een wijding meemaken, kijk dan op de website van uw bisdom of bel met uw bisdom.